Innovatiemonitor collectieve warmte 2025

2026 is het jaar van de waarheid voor collectieve warmte

De Monitor Collectieve Warmte 2025 geeft een scherp beeld van hoe professionals in de warmtesector aankijken tegen de voortgang van collectieve warmtesystemen. De monitor is gebaseerd op inzichten van een brede selectie betrokkenen, waaronder gemeenten, warmtebedrijven, installateurs en andere professionals uit de praktijk. Hun gezamenlijke oordeel luidt: de sector beweegt, maar een echte doorbraak laat nog op zich wachten.

De belangrijkste conclusies uit de monitor:

1.     De warmtetransitie stagneerde in 2025: overall systeemprestaties dalen in plaats van verbeteren

Waar verbetering nodig was, is een stagnatie of zelfs lichte achteruitgang zichtbaar: de totale score van het innovatiesysteem is in 2025 lager dan in 2024. Belangrijke randvoorwaarden, zoals financiering (-0,6) en innovation champions (-0,5), zijn verslechterd. Dit wijst op afnemende dynamiek in plaats van versnelling.

2.     Bewonerspropositie nog meer onder druk

Een van de meest uitgesproken conclusies uit de monitor is dat professionals in 2025 geen aantrekkelijk aanbod zien voor bewoners. De score voor betaalbare en overtuigende proposities is fors gedaald. De kosten zijn hoog, marges klein en subsidies onvoldoende om projecten betaalbaar te maken. Dit raakt direct het vertrouwen en het draagvlak, en het werkt door in investeringsbeslissingen.

3.     Het investeringsklimaat verslechtert: van ruimere publieke middelen naar schaarste en onzekerheid

Waar in 2024 respondenten nog relatief ruime publieke middelen zagen, ervaren partijen in 2025 juist schaarste. De score op de beschikbaarheid van publieke financiering daalde fors (2,9 → 2,3), terwijl risico’s en beleidsonzekerheid investeringen blijven afremmen. Dit vertaalt zich direct in lagere investeringsbereidheid.

4.     Meer publieke capaciteit, maar minder benutting: projecten blijven uit en marktcapaciteit lekt weg

De uitvoeringscapaciteit bij gemeenten neemt volgens respondenten opvallend toe (+0,4). Maar dit vertaalt zich niet in meer projecten. Er is meer capaciteit, meer ervaring en meer duidelijkheid over rollen. Toch blijft de daadwerkelijke realisatie van warmtenetten achter. Tegelijk is de capaciteit bij marktpartijen laag en wordt deze niet benut. Door het uitblijven van realiseerbare projecten zetten aannemers en uitvoerders hun mensen in op andere projecten die wél doorgaan. Zo ontstaat een negatieve spiraal waarin beschikbare capaciteit voor warmtenetten juist verder onder druk komt te staan.

5.     2026 wordt het kanteljaar: de nieuwe warmtewet biedt perspectief, maar bewijs moet nog komen

Een meerderheid van de respondenten verwacht dat de nieuwe warmtewet (Wcw/Wgiw) de investeringsbereidheid zal verbeteren. Tegelijk lost de wet de huidige knelpunten – zoals beperkte publieke financieringskracht en hoge risico’s – niet direct op. Omdat de wet pas eind 2025 is aangenomen, zijn eerste effecten waarschijnlijk pas in de loop van 2026 en vooral richting 2027 zichtbaar.

Cruciale fase

Dit alles maakt 2026 een cruciaal monitoringsjaar: het moment waarop moet blijken of beleidsaanpassingen daadwerkelijk leiden tot betere businesscases, meer investeringen en versnelling in de praktijk – of dat structurele problemen blijven bestaan. Respondenten betwijfelen vooral of publieke partijen voldoende financiële middelen kunnen mobiliseren om een meerderheidsbelang te realiseren, en of de voorgestelde garantieregelingen voor financiers wel afdoende zijn.

De Monitor Collectieve Warmte 2025 schetst geen stilstand, maar ook nog geen doorbraak. De sector staat klaar om te realiseren – 2026 zal uitwijzen of dat gaat gebeuren.

Lees de volledige Monitor Collectieve Warmte 2025