Warmteoplossingen objectief vergelijken

Verhaal uit de praktijk

Het Leer- en ontwikkelprogramma van Nieuwe Warmte Nu brengt kennis en nieuwe standaarden voort. Hoe vinden die hun weg naar de praktijk van de warmtetransitie? Jeroen Bussmann diende, met een groepje andere bewoners, een zienswijze in bij de gemeente Leiderdorp om bij te dragen aan het evenwichtig en transparant afwegen van verschillende warmteopties. Zij raden hiervoor inzet van de Warmterichtlijn aan.

Leiden, Leiderdorp, Oegstgeest, Voorschoten, Zoeterwoude en Katwijk werken samen aan de oprichting van een publiek warmtebedrijf. Elke gemeente heeft daarnaast haar eigen warmteprogramma. In de regio ligt al een privaat warmtenet. Een optie is om dat uit te breiden of een nieuw warmtenet aan te leggen. Het maken van dit soort keuzes vraagt complexe berekeningen. Dat de aannames en bronnen van aardgasvrije warmteoplossingen vaak verschillen maakt het voor gemeenten lastig om ze te vergelijken.

Affiniteit met warmte

De door NPLW en Nieuwe Warmte Nu ontwikkelde Warmterichtlijn biedt uitgangspunten voor vergelijkingen. Daarom bepleit de Regionale Expertgroep Duurzaam Energiesysteem (REDE) dat gemeenten deze gebruiken. REDE bestaat uit een groepje bewoners dat voortkomt uit energiecoöperaties in en om Leiden vertelt een van hen, Jeroen Bussmann: “Wij hebben alle zeven affiniteit met warmte vanuit ons werk en/of specifieke expertise.” Als onderzoeker bij de Universiteit Leiden is hijzelf handig met berekeningen maken en statistieken: “Vanuit onze expertise willen we namens bewoners bijdragen aan heldere keuzes rond duurzame warmtevoorzieningen.”

Onafhankelijke bron

Leiderdorp is de eerste gemeente waarvoor REDE een zienswijze heeft opgesteld, in reactie op het warmteprogramma. Zo nam de groep een rapport onder de loep van Haskoning, gemaakt in opdracht van Warmtelinq. Dit bedrijf ontwikkelt een warmteleiding vanaf de Rotterdamse haven naar Den Haag en Leiden. Jeroen: “Het rapport is gedetailleerd, maar het blijft onduidelijk op welke uitgangspunten de resultaten zijn gebaseerd. Naar ons idee kun je beter vanuit een onafhankelijke bron rekenen aan de beste warmteoplossing voor elke wijk. Als de gemeente keuzes niet goed kan uitleggen, haken bewoners af. Dan moet je dwingen of mensen zoeken eigen elektrische oplossingen. In onze zienswijze hebben we zowel de Warmterichtlijn als uitgangspunt genomen als eerdere adviezen van de commissie die milieueffectrapportages controleert.”

Kosten en risico’s

Sommige bij het warmteprogramma betrokken partijen zien REDE als tegenstander van warmtenetten. “Dat zijn we niet”, benadrukt Jeroen. “We willen dat de gemeente op een eerlijke, transparante manier zo objectief mogelijke afwegingen maakt. Daarmee voorkom je dat bewoners het gevoel krijgen dat ze in een bepaalde richting worden geduwd.” Het voordeel van de Warmterichtlijn noemt hij dat deze niet per se voorschrijft om bepaalde getallen te gebruiken. “Het is vooral een standaardmanier om vergelijkingen te maken.” In welke richting Leiderdorp beweegt is nog onduidelijk. “Een belangrijke vraag is hoeveel aansluiten op een warmtenet gaat kosten voor bewoners. En ook welk risico de gemeente loopt. Want het lijkt erop dat er best wat subsidie bij moet om het betaalbaar te houden. Zou die van marktpartijen kunnen komen, of van het Rijk? Daar is nog geen antwoord op.”

Participatie

Enkele jaren geleden bracht Leiderdorp de Transitievisie Warmte uit. Daarin staat wanneer de eerste woningen worden aangesloten. Jeroen: “Die termijn is voorbij, maar we zijn nog lang niet zover.” Van energiecoaches in de gemeente hoort hij dat ze veel vragen krijgen. “Bewoners willen weten: moet ik wachten tot er een warmtenet komt, kan ik beter een warmtepomp aanschaffen? Er is grote behoefte aan informatie, terwijl de gemeente die nog niet geeft.” 

Een ander dilemma rond participatie is kennis. Hoe kunnen bewoners meepraten over financiële, juridische en technische keuzes waar ze niet of nauwelijks iets van af weten? Jeroen: “Voor het creëren van draagvlak kun je in onze visie het beste steekproefsgewijs mensen uitnodigen, anders krijg je alleen fervente voor- of tegenstanders aan tafel. REDE is in dit opzicht een apart groepje. Wij denken wél met inhoudelijke kennis constructief kritisch mee vanuit bewonersbelang. Dat schuurt misschien soms met hoe de gemeente te werk gaat, toch hopen we dat er iets met onze zienswijze gebeurt.” Ondertussen werkt de groep op verzoek aan een second opinion op een rapport binnen de RES-regio (RES staat voor Regionale Energie Strategie, red.) en is ze gevraagd om mee te denken over het warmteprogramma in Leiden.

Dilemma’s delen

Bewoners op een zorgvuldige, effectieve manier betrekken bij keuzes rond de warmtetransitie begint met uitleg geven, meent Jeroen: “Vertel als gemeente voor welke dilemma’s je staat en laat zien wat de gevolgen zijn van bepaalde keuzes.” De Warmterichtlijn is een goed hulpmiddel daarbij, vindt REDE. Jeroen: “Deze schrijft niet voor wat je moet doen, maar wel dat gemeenten moeten vertellen hoe ze tot onderbouwde keuzes komen. Uitgaan van honderd procent deelname van bewoners valt daar wat ons betreft niet onder. Als je niet precies kunt inschatten hoeveel mensen willen aansluiten op een warmtenet, moet je in elk geval weten welk percentage je minimaal nodig hebt.”

Publiek geld

Voor REDE is de Warmterichtlijn nog niet gestandaardiseerd genoeg. Jeroen: “Gemeenten kunnen het warmteprogramma behoorlijk naar eigen inzicht inkleuren. Voor de controleerbaarheid en betrouwbaarheid zien wij liever dat ze allemaal op dezelfde manier werken, rekening houdend met lokale omstandigheden.” Het opstellen van een zienswijze kost vele uren – allemaal vrijwilligerswerk. Jeroen: “Dat we warmte interessant en belangrijk vinden motiveert. Investeringen in de warmtetransitie gebeuren voor een groot deel met publiek geld. Dat moet effectief gebeuren, zodat alternatieve warmteoplossingen goedkoper worden. Daar hebben zowel de overheid als burgers baat bij.”

Lees meer over de Warmterichtlijn