‘We kijken wat stapsgewijs lukt’
Gemeenten zijn elk op hun eigen manier bezig met plannen voor aardgasvrije wijken. De route naar collectieve warmte ziet er overal anders uit, omdat lokale ambities en omstandigheden verschillen. Simone Ploumen werkt als programmaleider Warmtetransitie in Nijmegen vooral aan de beleidskant van het proces. Ze vertelt over de kansen en uitdagingen in de stad.
Sinds wanneer werkt Nijmegen aan de warmtetransitie?
Simone: “In 2018 schreven we onze eerste Warmtevisie. Daarin gingen we ervanuit dat ongeveer tachtig procent van de woningen op een warmtenet zou komen. Vervolgens gebeurde er van alles in de warmte- en elektriciteitsmarkt, en gingen inwoners ook individueel stappen zetten. In de geactualiseerde visie van 2024 hebben we het aandeel collectieve warmte aangepast naar zestig procent.”
Wat zie je als grootste opgave?
“De bestaande bouw aardgasvrij maken. Nijmegen telt ongeveer 80.000 bestaande woningen. Technische aspecten spelen een rol, maar de grootste hobbels zitten aan de voorkant. Er is nog veel onzekerheid voor bewoners, daarom zetten we in op zo veel mogelijk duidelijkheid geven. Voor stadsdeel Dukenburg kiezen we voor een warmtenet met ons publieke warmtebedrijf Nijmegen Warmte. Er is al een warmtenet vanuit Vattenfall in de Waalsprong (nieuwbouwgebied in het noorden, red.) en het Waalfront in Nijmegen-West. In andere gebieden wordt het bestaande warmtenet uitgebreid of komen er grotere warmte/koude-systemen (WKO-systemen). Het ziekenhuis en de universiteit hebben op hun terrein bijvoorbeeld al een collectief WKO-net. In nieuwbouwgebied Winkelsteeg komt ook een WKO-systeem. In gebieden waar niet binnen tien jaar een warmtenet komt kunnen collectieven van bewoners bij ons aankloppen als ze hun straat, blok of buurt aardgasvrij willen maken. De gemeente organiseert en betaalt dan het haalbaarheidsonderzoek om verschillende opties af te wegen of uit te werken.”
Waar plaats je Nijmegen op de as tussen vooruitstrevend en behoudend?
“Wij hebben het geluk van een nabije, lokale en duurzame afvalcentrale. Verder werken we niet alleen van bovenaf aan de warmtetransitie, maar stimuleren we ook bewonersinitiatieven. Mensen kunnen zich per wijk aanmelden voor een nieuwsbrief en daar is in gebieden waar veel gebeurt grote interesse voor. Naast een fysiek energieloket hebben we energiecoaches die bij bewoners langsgaan. Verder stimuleert het burgerinitiatief Steunpunt Energietransitie verduurzamen, onder meer via klimaatborrels. Dit alles maakt de stad naar mijn idee vooruitstrevend.”
Hoe vind je dat de warmtetransitie verloopt?
“Het blijft pionieren, maar we gaan langzaam vooruit. De streefdatum van 2050 is een uitdaging. Daarom rollen we de energietransitie stapsgewijs uit en kijken we wat op die manier wel lukt. Als in 2040 in Dukenburg 12.000 bestaande woningen zijn aangesloten, is dat een mooie mijlpaal. Het warmtenet Dukenburg komt in acht wijken. Die zijn zo ingedeeld dat de woningcorporaties als eerste meedoen. Zij zijn bezig met een samenwerkingsovereenkomst waarin ze afspraken voor hun woningen maken met het warmtebedrijf. Waar nodig werken we toe naar de inzet van de aanwijsbevoegdheid. Als we dat doen, noemen we een jaartal waarop de aardgaslevering stopt. Bewoners weten dan waar ze aan toe zijn. We verplichten niet om aan te sluiten op een warmtenet, mensen kunnen ook kiezen voor een warmtepomp, maar een jaartal noemen zet wel aan tot actie.”
Wat zijn meevallers tot nu toe?
“De warmte van de afvalcentrale gaat nu naar de Waalsprong. Uit diezelfde bron is nog extra warmte beschikbaar, dus we kunnen uitbreiden. Ook hebben we samen met Firan een publiek warmtebedrijf kunnen oprichten, waarin de gemeente voor 25,5 procent aandeelhouder is. En soms komt er een project voorbij dat kansen biedt. In de buurt Jerusalem ging de woningcorporatie ongeveer tweehonderd woningen vanaf de fundering vervangen. In een gezamenlijk proces waar ook de provincie aan meedeed zijn die aardgasvrij geworden dankzij zonneboilers en -panelen. Tijdigheid is cruciaal bij dit soort projecten; je moet snel kunnen schakelen.”
Er zijn vast ook tegenvallers.
“Vooral dat het allemaal langzaam gaat. Dat zit in de complexiteit en deels in de grilligheid van rijksbeleid. Bewoners meekrijgen blijkt ook lastig. Er loopt momenteel een proeftuin in Hengstdal, nu vanuit een bewonerscollectief. Dat is een doorstart van een eerder gestopte proeftuin. Er komt een lokaal warmtenet met een lokale bron vanuit een bewonerscoöperatie. Bij de eerdere draagvlakmeting bleek er voor bewoners nog veel onduidelijk te zijn. Daardoor ontstond onrust in de buurt. De doorstart wordt door de bewonerscoöperatie voortvarend opgepakt.
Bij een draagvlakmeting in Dukenburg bleek dat bewoners wel dubbel glas wilden, maar niet allemaal een aansluiting op het warmtenet. Doordat dat geen mogelijkheid was – het een hangt immers samen met het ander – ontstond ook hier onrust. De les is: wat je communiceert én wanneer kan enorm kan uitmaken.”
Wat is een betaalbaar aanbod voor bewoners?
“Betaalbaar betekent niet voor iedereen hetzelfde. De definitie uit de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw) luidt simpel gezegd dat het voor de meeste mensen niet meer mag kosten dan verwarmen met aardgas. Heel eerlijk, daar hebben bewoners niks aan. Daarom hebben we zelf een vertaling gemaakt voor Dukenburg. In die wijk staat veel jarenzestig-hoogbouw van woningcorporaties. Wij zeggen: de overstap mag niet meer kosten dan op aardgas blijven en een nieuwe cv-ketel. Want iedereen snapt dat je je ketel een keer moet vervangen. Daarnaast kunnen mensen subsidie krijgen om hun woning te isoleren. Voor aansluiting op het warmtenet regelen wij de subsidieaanvraag en we staan garant.”
Hoe zit het met de fysieke aansluiting tot in de woning, de ‘laatste meter’?
“Het warmtebedrijf legt de leidingen aan en hangt de afleverset op. Maar er moet veel meer gebeuren in elke woning. Zoals isoleren, het gasfornuis vervangen, koken op inductie aanleggen, stopcontacten aanpassen. De gemeente is daar niet op ingericht, maar we laten bewoners niet aan hun lot over. We zijn in gesprek hierover met het warmtebedrijf. En ook over wie bewoners kunnen bellen als het warmtesysteem hapert. Totale ‘ontzorging’ is voor ons het uitgangspunt. Ik kan me voorstellen dat je afspreekt: als er een storing is, komt iemand vanuit het warmtebedrijf kijken en het probleem oplossen. Bij een storing tot en met de afleverset is de rekening voor het warmtebedrijf. Zit de storing in de woning, dan betaalt de bewoner. Maar bewoners hoeven slechts één bedrijf te bellen.”
Wat leren jullie van andere gemeenten en via Nieuwe Warmte Nu?
“Bij een Community of practice-bijeenkomst van Nieuwe Warmte Nu vond ik het verhaal van vliegwielproject Warm Heeg inspirerend: hoe bewoners daar het warmtenet gezamenlijk en coöperatief wilden aanpakken. De gemeente kreeg de vraag om garant te staan voor de financiering. Ik dacht meteen: daar moeten wij ook over nadenken. In Heeg liep het uiteindelijk hierop spaak. Het leerde ons dat je als gemeente misschien beter kleinere initiatieven kunt stimuleren en grote warmteprojecten zelf oppakken. In de praktijk trekken wij vaak samen op met Apeldoorn. Daar is ook een warmtebedrijf samen met Firan. Verder wisselen we veel uit via het NPLW-netwerk.”
Welke meerwaarde zie je in Nieuwe Warmte Nu?
“De vliegwielprojecten van de grond krijgen en het leereffect onderling laten zien draagt naar mijn idee echt bij. Want met alleen geld regelen kom je er niet. Wat NWN ook goed doet is lobbyorganisaties van praktijkervaringen voorzien voor de ondersteuning van projecten. En de samenwerking tussen bedrijven, gemeenten en kennisinstituten binnen NWN vind ik mooi. Via NWN zijn we gekoppeld met iemand die voor Nijmegen de mogelijkheid van warmteopslag gaat uitwerken. Verder zijn we veel bezig met vragen rond de aansluiting tot in woningen. Op de NWN-website staat een overzicht van opgedane kennis rond verschillende thema’s, waaronder ‘Kraak de laatste meter’.”
Wat mis je nog aan kennis of oplossingen?
‘Dat zit met name in die totale ontzorging voor bewoners. Het warmtebedrijf levert vooralsnog tot en met de afleverset. Hoe organiseer je de aanpassingen in woningen? Ik zie daar nog geen allesomvattende oplossing voor, en ook niet voor de financiering ervan. Woningaanpassing valt niet – of alleen deels – onder bestaande subsidieregelingen, en gemeenten en bewoners kunnen het ook niet volledig betalen. Het zou fijn zijn als er landelijk meer regie komt voor zowel het financierings- als het organisatievraagstuk.”