‘We zijn nog steeds op ontdekkingsreis naar duurzame warmte’

De warmtetransitie had de afgelopen tijd wind tegen. Dat doet niets af aan de noodzaak om over te stappen op collectieve, duurzame warmtevoorzieningen in Nederland, stelt André Jurjus, programmadirecteur van Nieuwe Warmte Nu. ‘We boeken ook wel degelijk vooruitgang met het beter ontwerpen en beter betaalbaar maken van warmtenetten. Het zijn alleen nog vaak stappen op onbekend terrein. Dan kun je verwachten dat niet alles in één keer lukt.”

Hoe urgent is de warmtetransitie?

André: “De urgentie blijft onverminderd groot als je kijkt naar de geopolitieke ontwikkelingen. Nadat Rusland in 2022 Oekraïne binnenviel, was de conclusie al dat we van Russisch gas af moesten. Nederland is toen hals over kop overgestapt op vloeibaar gas uit de Verenigde Staten. Inmiddels kun je je, gezien de politieke situatie in dat land, afvragen of je daar afhankelijk van wilt zijn. Het logische antwoord lijkt me: hoe sneller we overstappen op collectieve warmtevoorziening zonder gas, hoe beter. Dat maakt ons land duurzamer en vergroot onze weerbaarheid.”

Hoe gaat het met de vliegwielprojecten en innovaties binnen Nieuwe Warmte Nu?

“Heel eerlijk: we hebben een ingewikkeld jaar achter de rug. Dat begin 2025 de wetgeving nog niet op orde was veroorzaakte vertraging. Daardoor keken de meeste partijen de kat uit de boom. Verder worstelden veel vliegwielprojecten met de kosten van warmtenetten: die vielen hoger uit dan gedacht, onder meer vanwege inflatie. In sommige projecten werd dat zo kritiek dat de businesscase niet meer haalbaar was. Dat speelde een grote rol in het besluit van Middenbeemster om te stoppen. Voor het warmtenet in Heeg gaf de gemeente uiteindelijk geen garantie, waardoor dat project on hold staat. Gelukkig lopen diverse projecten wél goed of is een doorstart in zicht.

Bij de innovaties is het project Eaver Loop gestopt. Het project rond composiet putverbuizing – bedoeld om corrosie in geothermieputten tegen te gaan – stond enige tijd stil. Daar komt nu weer beweging in. Twee projecten gaan sowieso goed en we verwachten dat dit jaar vijf of zes innovaties starten. Er is genoeg om positief over te zijn.”

Wat betekenen deze ontwikkelingen voor de voortgang van de warmtetransitie?

“Het laat vooral zien dat projecten subsidies nodig hebben om vooruit te komen. Naast een subsidie vanuit Nieuwe Warmte Nu voor het warmtenetwerk bijvoorbeeld ook een SAH-subsidie (Stimuleringsregeling aardgasvrije huurwoningen) via woningcorporaties om huurders over de streek te trekken en/of een ISDE-subsidie (Investeringssubsidie duurzame energie en energiebesparing). Die regelingen moeten bovendien goed aansluiten, want als een stap niet kan worden gezet omdat een bepaalde subsidie wacht op toekenning en daardoor planningen uit elkaar lopen, kan een kansrijk project alsnog sneuvelen. Daarom is een initiatief gestart, met name door de Warmte Alliantie, om subsidieregelingen meer te stroomlijnen.”

Wat draagt Nieuwe Warmte Nu bij om tóch te versnellen?

“Dit jaar gaan we met de vliegwielprojecten om tafel om te kijken waar nog obstakels zitten om tot realisatie te komen. Daar komen vast aandachtspunten uit waar we vanuit NWN iets aan kunnen doen. Daarnaast bouwen we met ons Leer- en Ontwikkelprogramma kennis op via onderzoek en inzichten uit de praktijk. Met allerlei partners binnen de warmtesector ontwikkelen we nieuwe standaarden en verzamelen we best practices, zodat lopende projecten kunnen versnellen en toekomstige projecten niet het wiel hoeven uit te vinden.

Een voorbeeld is de Design Toolkit. Dit open source softwareplatform voor het ontwerpen van warmtenetten slaat aan. Ook de vergelijkende kostenanalyse tussen Denemarken en Nederland vind ik leerzaam. Niet omdat we het Deense model moeten overnemen, maar omdat we kunnen leren van hoe dat land de warmtetransitie heeft aangepakt. Bepaalde dingen gaan daar makkelijker. Mij valt bijvoorbeeld op dat we in Nederland veel regels hebben die op zich prima uit te leggen zijn, maar bij elkaar opgeteld soms moedeloos maken. Het Deense model laat zien dat het zinvol is om daar kritisch naar te kijken: kunnen we – met een goede onderbouwing – van bepaalde regels afwijken om de transitie te versnellen?”

Wat zie je als de belangrijkste uitdagingen?

“Om te beginnen netcongestie, in de zin van dat we moeten bedenken hoe collectieve warmte daarvoor oplossingen biedt. Minstens zo belangrijk is hoe we zogeheten financieringsarrangementen voor warmteprojecten kunnen formuleren, zodat er positieve businesscases ontstaan. De Warmtenetten Investeringssubsidie (WIS-regeling) bevat nog blinde vlekken, waardoor sommige projecten niet van de grond komen. We moeten alles op alles zetten om zo veel mogelijk projecten te laten slagen en zorgen partijen het vertrouwen hebben dat je aan een warmtenet kunt beginnen, omdat er goede subsidieregelingen zijn.

Een derde uitdaging zit in iedereen op dezelfde golflengte krijgen voor een project: bewoners, de gemeente, het warmtebedrijf, woningcorporaties. Tot nu toe blijkt dat ingewikkeld. Misschien dat het de komende jaren beter gaat, als gemeenten een sterkere regierol krijgen. Maar het hangt van meer factoren af, waaronder stabiel en toekomstgericht politiek leiderschap.”

Wat doet Nieuwe Warmte Nu in 2026?

“Op basis van consultatie met partijen binnen de warmtesector hebben we thema’s gekozen waar we met het Leer- en Ontwikkelprogramma aan werken. Warmtebuffering is daar een van, als middel om warmtenetten efficiënter en beter realiseerbaar te maken. Het project ‘Kraak de laatste meter’ – dat gaat over de aansluiting van warmtenetten tot in gebouwen en woningen – is ook tastbaar. Verder vind ik het goed dat we samen met de Autoriteit Consument & Markt (ACM) gaan onderzoeken welk type data nodig is om een systeem voor tariefregulering op te zetten. Hiermee kan ACM bepalen welke maximumtarieven een warmtebedrijf in rekening mag brengen bij eindgebruikers. Doel is dat er voor hen een meer uniform en betaalbaar tarief komt.”

De Wet collectieve warmte (Wcw) is eind 2025 goedgekeurd door de Eerste Kamer. Gaat dat helpen om tempo te maken?

“Het creëert in elk geval meer duidelijkheid over de rol van de gemeente en over de kaders voor het opzetten van een warmtebedrijf. Dat is absoluut winst. Maar gaat elke gemeente nu een warmtebedrijf oprichten? Zo’n bedrijf runnen is complex, zowel technisch als organisatorisch. Aan de andere kant: de overheid heeft besloten het publieke bedrijf Energie Beheer Nederland (EBN) als nationale deelname te positioneren. Dat betekent dat EBN tot veertig procent kan deelnemen in een marktinitiatief. Het effect daarvan is ook nog onduidelijk. Gaat EBN met elk lokaal bedrijf aan de slag of komt er een clustering op grotere schaal? Binnen de Wcw kan het allemaal. Ik zie de warmtetransitie dan ook als een ontdekkingsreis die we de komende jaren met een heleboel partijen voortzetten.”