Kraak de laatste meter
Bouwstenen voor samenwerking bij het aansluiten van gebouwen op een warmtenet
De aansluitfase van collectieve warmtenetprojecten vraagt gerichte aandacht. Bij de aanleg van ‘de laatste meter’ tot aan het afgiftesysteem in gebouwen of woningen komt de samenwerking namelijk voor extra uitdagingen te staan. Het proces is complex, verantwoordelijkheden zijn versnipperd en de afstemming tussen de betrokken partijen verloopt nog niet altijd soepel. Warmtebedrijven, woningcorporaties, aannemers, installateurs en gemeenten moeten tijdens de aansluitfase binnen een beperkte ruimte gelijktijdig werkzaamheden uitvoeren en hebben bovendien elk eigen belangen. Hierdoor ontstaan vaak vertragingen.
Anders samenwerken
Om beter te begrijpen welke uitdagingen in de praktijk spelen en hoe die te ondervangen zijn, heeft TNO vanuit Nieuwe Warmte Nu onderzocht hoe de organisatie en samenwerking tijdens de aanleg van de laatste meter verlopen. Centrale vraag hierbij was of partijen bereid zijn op andere manieren samen te werken, zodat de aansluitfase voor bewoners en gebouweigenaren efficiënter kan verlopen, met minimale overlast. Aan de hand van analyses en gesprekken met betrokken partijen zijn verschillende elementen van samenwerking in kaart gebracht. Dit geeft inzicht in ambities, wensen en knelpunten.
Conclusies
In de huidige praktijk voert tijdens de aansluitfase meestal één partij de regie – in veel gevallen het warmtebedrijf. Volgens de respondenten is dit passend en effectief. Op het vlak van verantwoordelijkheden afbakenen, afstemmen over bijvoorbeeld het schouwen van woningen en de installatie van de afleverset achter de voordeur valt nog veel winst te behalen. De uitkomsten van het onderzoek bieden bouwstenen voor effectieve samenwerking. Partijen kunnen deze op verschillende manieren combineren, afhankelijk van de context. Dit helpt om de aanleg van warmtenetten te versoepelen en zo de warmtetransitie te versnellen.